HOE ONZE JEANS WORDT GEMAAKT I: HET DENIM

We love denim. We leven voor denim. Denim wordt voornamelijk gemaakt van katoen: een kwetsbare en zachte plant waar een stevige stof van wordt gemaakt. De weg van katoenpluis naar fashion is lang en het katoen doorloopt verschillende stadia voordat het voor kleding kan worden gebruikt en uiteindelijk bij jou als jeans in de kast ligt.

Je jeans zijn begonnen op een akker

Katoen is een natuurlijke vezel die in bollen op de katoenplant groeit. De katoenbollen worden geplukt met een machine die de bollen verwijderd zonder de plant te beschadigen. Zodra de katoenbollen zijn geplukt, worden ze ontpit. De pitjes worden met een scherp gereedschap van de vezels gescheiden en het schone katoen wordt vervolgens in balen afgevoerd voor verdere verwerking.

Van witte vezels tot blauw garen

In de katoenfabriek wordt katoen uit verschillende landen met uiteenlopende kenmerken (zoals sterkte of vezellengte) gemengd om een eindproduct te bereiken dat de gewenste kwaliteiten heeft. De katoenbalen worden door een machine gehaald die de balen stukmaakt en de vezels uitrekt. Vervolgens worden de vezels door een kaardmachine gevoerd. Hier worden de vezels op een grote rol met tandjes 'gekamd', nogmaals gereinigd en tot kaardbanden gevormd. In de spinmachine worden deze kaardbanden gerekt, gedraaid en gesponnen om de vezels sterker te maken en er uiteindelijk garen van te maken. Voor rekbaar denim wordt er tijdens het spinproces nog elasthaan en soms polyester aan het katoen toegevoegd.

Nu kan het katoengaren worden geschoren, waarbij een enorme hoeveelheid draden op een enorme bal wordt gerold.

Het garen wordt vervolgens in vaten indigoverf gedompeld waar het zijn de kenmerkende blauwe kleur krijgt. Zodra het garen uit het vat komt, ondergaat het een oxidatieproces om de wat groenige kleur te veranderen in het kenmerkende indigoblauw. Hoe vaker het garen wordt geverfd, hoe donkerder het uiteindelijke denimproduct wordt. Het materiaal is nu klaar om te worden geweven.

Het lijk al op denim!

Het katoen begint nu al te lijken op wat we gebruiken voor onze ripped jeans of onze klassieke denim shorts. Dankzij de geavanceerde technologie kan het weven gemakkelijker en sneller worden uitgevoerd, en worden er tijdens het proces minder fouten gemaakt. Het verticaal gespannen, indigoblauw geverfde garen (de schering) wordt geweven met het horizontale witte garen (de inslag). Om het denim steviger en stijver te maken, en om ervoor te zorgen dat het garen de weefspanning kan weerstaan, wordt het versterkt door het in een verstevigingsmiddel te dompelen.

Zodra het garen is geweven, wordt het denim voorgekrompen zodat het kledingstuk tijdens het wassen niet meer krimpt. Om het denim een gladdere structuur en een zichtbare weving te geven, wordt het met een snelheid van 80-100 meter per minuut over een gecontroleerde vlam getrokken om uitstekende vezels weg te branden. Dit heet schroeien. Na een kwaliteitscontrole wordt het afgewerkte weefsel gemarkeerd, geclassificeerd en op grote rollen gedraaid. Het denim kan nu van de geautomatiseerde machines worden doorgevoerd naar de creatieve handen van de naaiafdeling. En zo wordt katoen denim.